Inhoud


Bewijzen van echtheid - Details
Home --> De Boodschappen --> Bewijzen van echtheid

Printversie

 

Untitled Document
DE BEWIJZEN LIGGEN IN DE WOORDEN VAN DE VROUWE
DOOD VAN PAUS PIUS XII
TWEEDE VATICAANS CONCILIE
OECUMENISCHE ONTMOETING IN HET VATICAAN
CRISIS IN DE KERK
VAL VAN DE BERLIJNSE MUUR
COMMUNISTISCHE REVOLUTIE IN CHINA
LANDING OP DE MAAN
BIOLOGISCHE WAPENS

 

ECHTHEIDSBEWIJZEN

DE BEWIJZEN LIGGEN IN DE WOORDEN VAN DE VROUWE

Zulke fascinerende echtheidsbewijzen als de Vrouwe van alle Volkeren in Amsterdam geeft, komt men maar zelden tegen in de geschiedenis van de Mariaverschijningen. De Vrouwe doet dit op een zeer ongebruikelijke manier: zij bewijst de bovennatuurlijke oorsprong van de Boodschappen steeds opnieuw doordat haar talrijke voorzeggingen in de loop der jaren uitkomen. Zelf zegt zij: “De tekenen, heb ik gezegd, zitten in mijn woorden.“ (31.5.1955 en 31.5.1957), d.w.z. de bewijzen liggen in de woorden van de Vrouwe. “Het zal met de jaren uitkomen.“ (3.12.1949)
De Boodschappen van Amsterdam zijn aan alle volkeren gericht en dus van wereldomvattende betekenis. Daarom hebben ook de bewijzen van hun echtheid betrekking op alle volkeren en de hele wereld. Ze betreffen mensen uit de meest uiteenlopende levenssferen, die zich daardoor allemaal aangesproken kunnen voelen: pausen en bisschoppen, wetenschappers en politici, academici en de gewone man en vrouw, gelovigen en zelfs ongelovigen. Daarbij moeten we niet vergeten dat de zieneres er vaak geen idee van had wat de spectaculaire voorzeggingen in de Boodschappen precies inhielden en ook de verwezenlijking daarvan niet kon beïnvloeden.

naar boven

 

DOOD VAN PAUS PIUS XII


'Pastor angelicus - de engelachtige Herder' - Pius XII., Eugenio Pacelli

Het sterkste bewijs voor de echtheid van de Boodschappen geeft God door de voorzegging van de dag waarop paus Pius XII tot de eeuwigheid geroepen zal worden. Alleen God zelf kent als ‘Heer over leven en dood’ deze dag. Bevestigen deze echtheidsbewijzen, die zelfs het leven van een heilige paus betreffen, niet duidelijk genoeg de betekenis van de Boodschappen voor de universele Kerk en de hele wereld?

In de nacht van 18 op 19 februari 1958 (Aswoensdag) ontvangt Ida de boodschap die bij uitstek het echtheidsbewijs voor ‘Amsterdam’ zal zijn. Ida heeft zelf beschreven wat ze die nacht beleefde: “Vannacht werd ik weer met een schok wakker doordat ik geroepen werd, om 3 uur precies. Ik zag weer het licht en hoorde de stem van de Vrouwe zeggen:
‘Daar ben ik weer. De vrede van de Heer Jezus Christus zij met u. ... Ik zal je een mededeling doen waarover je tegen niemand, ook de sacrista en je leidsman, iets mag vertellen. Als het gebeurd is, mag je het tegen ze zeggen, dat de Vrouwe dit nu gezegd heeft.
De mededeling is: luister. Deze Heilige Vader, paus Pius XII, zal begin oktober van dit jaar worden opgenomen bij de Onzen. De Vrouwe van alle Volkeren, de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, zal hem naar de eeuwige vreugden geleiden.‘
Ik schrok van deze mededeling en durfde het haast niet te geloven. De Vrouwe zei: ‘Schrik niet, kind. Zijn opvolger zal het dogma afkondigen.’ Ik bedankte de Vrouwe en zij zei heel plechtig: ‘AMEN’.” (19.2.1958)
Nog diezelfde morgen van Aswoensdag belt de zieneres haar leidsman op en vertelt hem dat de VROUWE haar een boodschap gegeven heeft, maar dat ze er met niemand over mag spreken. Pater Frehe komt echter op het gelukkige idee om Ida alles te laten opschrijven: “Nee, je moet me beloven het direct op schrift te stellen en het me vandaag nog direct te brengen, anders heeft het geen waarde. Denk erom, desnoods lak je de brief voor mijn part maar dicht, als ik ze vandaag maar in mijn bezit krijg en liefst zo vlug mogelijk!“
Ida gehoorzaamt. Ze tikt de woorden van de Vrouwe uit, bewaart er thuis een doorslag van, verzegelt het origineel en brengt het nog dezelfde dag naar haar leidsman. Hij neemt de gesloten envelop in bewaring en legt deze in een bureaula, waar hij weldra vergeten wordt. Voor de zieneres volgen nu moeilijke maanden waarin zij in stil vertrouwen wacht op de vervulling van Maria’s voorzegging. Terugkijkend op deze zware tijd schrijft zij in een brief aan haar bisschop Mgr. Huibers op 24 november 1958: “Ik zat dan altijd ook nog met het idee dat de Vrouwe gezegd had dat ik de Heilige Vader dit en dat moest zeggen. In de dagen dat de Heilige Vader op sterven lag, was het het ergst. Kennissen belden mij op en zeiden om mij te troosten dikwijls: ‘Maar de Heilige Vader gaat niet dood hoor, want dat kan nog niet, enz.’ Monseigneur, nogmaals, dat was de zwaarste tijd ... De ochtend van 9 oktober, heel vroeg, zat ik voor de radio en hoorde dan dat de Heilige Vader was gestorven. Ik heb hardop gezegd: ‘Goddank.’ Ik weet wel, het is niet mooi van mij, maar hij zal me vergeven, want hij weet dat ik het tegen de Vrouwe zei: dat zij ons niet in de steek gelaten heeft en de zaak van de Heer niet tot schande gemaakt heeft ...
Ida gaat meteen naar haar leidsman en vraagt naar de verzegelde envelop. Pater Frehe kan zich niet meer herinneren waar hij deze opgeborgen heeft en Ida moet hem laten zien waar hij ligt. Dan geeft zij hem de kopie van de boodschap die zij op zijn verzoek op Aswoensdag had uitgetikt. Zijn verbazing is groot en direct zendt hij het verzegelde origineel naar Rome, als een geloofwaardig bewijs van de echtheid van de Boodschappen voor de verantwoordelijke personen.

naar boven

 

HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE
EN HET GEBED VAN DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN


In dezelfde boodschap van 11 februari 1951 waarin de Vrouwe haar gebed openbaart, ziet Ida de paus in het Vaticaan met op zijn hoofd de tiara, in zijn ene hand een scepter en de twee vingers van de andere hand zegenend opgeheven. Om hem heen zitten veel kardinalen en bisschoppen van alle landen met witte mijters op. Ida weet niet dat haar in een profetisch visioen het Tweede Vaticaans Concilie wordt getoond. De Heilige Vader heeft een groot, dik boek voor zich en zij hoort: “Er zijn reeds veranderingen gekomen en in behandeling. Ik wil echter de boodschap brengen van de Zoon. De leer is goed, doch de wetten kunnen en moeten veranderd worden. Ik wil je juist vandaag dit zeggen omdat de wereld in grote omwenteling is. Niemand weet welke kant heen. Daarom wil de Zoon mij deze boodschap laten zenden.“ Hier wordt het visioen van het concilie onderbroken. De zieneres wordt nu voor het kruis geplaatst en lijdt op smartelijke wijze de pijnen van het kruis mee. “En nu sta ik ineens voor een groot kruis. Ik kijk ernaar en krijg dan verschrikkelijke pijnen. Ik krijg spierkrampen van mijn hoofd tot mijn voeten. Het is alsof alle spieren in mijn beide armen samentrekken, ... alsof mijn hoofd uit elkaar getrokken wordt en ik krijg een koortsgevoel. ... Ik kan het niet langer uithouden en vraag de Vrouwe of dit mag weggaan. ... Terwijl ik nog met de Vrouwe voor het kruis sta, zegt zij:
Zeg mij na. Bid toch voor het kruis:

 


In grote letters ziet Ida nu het woord ‘LIEFDE’ geschreven staan en met bemoedigende woorden richt de Vrouwe zich tot de zwakken en de kleinen van deze wereld: “Als gij de Liefde in alle finesses doorvoert onder elkaar, hebben ook de groten geen kans. ...
De strijd is niet meer om rassen en volken, de strijd is om de geest. Begrijp dit goed!
” “Dan vouwt de Vrouwe de handen ineen” en Ida ziet weer de Heilige Vader met de kardinalen en bisschoppen.
En nu zegt de Vrouwe, alsof zij tegen de paus spreekt: ‘Gij kunt deze wereld redden. Ik heb meermalen gezegd: Rome heeft zijn kans. Grijp dit ogenblik aan. Geen kerk in de wereld is zo opgebouwd als de uwe’.” (11.2.1951)

Niemand ter wereld – de zieneres zelf nog wel het minst - kon destijds ook maar vermoeden dat dit indrukwekkende beeld het Tweede Vaticaans Concilie voorstelde. Ida zelf beschrijft wat pas een tiental jaren later zou plaatsvinden:
In de Boodschappen staat: ‘Ik zie het Vaticaan en middenin staat de paus.’ Dat heb ik eigenlijk niet voldoende omschreven. Ik zag dus het Vaticaan en ging daarna met de Vrouwe de St. Pieter in. Wij liepen door het middenpad en bleven ongeveer in het midden van de kerk staan. Aan weerskanten zag ik stellages, banken die trapsgewijs omhoog liepen, zoals in het stadion. Op die banken zag ik allemaal bisschoppen zitten met witte mijters op. Dat beeld kan ik nog heel duidelijk voor me halen; ik vond dat zo’n komisch gezicht, al die witte mijters, dat ik een beetje in mezelf begon te lachen. Ik vond het een leuk gezicht, iets feestelijks. De Vrouwe zag dat en zei daarom tegen mij: ‘Zie goed!’, alsof zij wilde zeggen: let op wat ik je laat zien. ... ‘Zie goed, dit zijn de bisschoppen van alle landen.’
Nou, dat moest ook wel zo zijn, want het waren een massa bisschoppen die daar zaten. Ik zag verder de paus zitten met een tiara op. Ik wist dat het een tiara was, omdat de Vrouwe mij dat al eerder in de Boodschappen had laten zien. In de ene hand hield hij een scepter en met de andere hand stak hij twee vingers omhoog. De paus zat aan het hoofd van het middenpad waar de Vrouwe en ik stonden. Om hem heen stonden nog een paar geestelijken. Maar de bisschoppen en kardinalen zaten allemaal aan de kant. Ik zag zelfs enige geestelijken voor de banken op de grond zitten. Dan zag ik dat de paus een groot dik boek voor zich had staan. Wat voor een boek wist ik natuurlijk niet. Later heb ik dit hele beeld gezien voor de televisie. Ik vond het verrukkelijk. Heel enthousiast riep ik: ‘Daar heb je dat beeld dat ik heb gezien; dat heeft het dus betekend!’ Jammer genoeg heb ik dat niet in de Boodschappen omschreven. Maar ik heb het wel direct verteld aan pater Frehe, aan mijn zusjes en aan mijn broer. Die weten dus allemaal dat ik het op die manier heb gezien.

naar boven

 

OECUMENISCHE ONTMOETING IN HET VATICAAN

Al 16 jaar voordat het op 23 maart 1966 in de Sixtijnse Kapel kwam tot de gedenkwaardige ontmoeting tussen de hoogste vertegenwoordiger van de Anglicaanse Kerk, de aartsbisschop van Canterbury dr. Michael Ramsey en paus Paulus VI, beschrijft de zieneres van Amsterdam: “Dan zie ik de paus, links van ons, met de twee vingers omhoog. Aan de andere kant, tegenover hem, staat die bisschop van Canterbury. Dan komt er ineens nog een andere geestelijke naast hem staan. Deze laatste heeft een witte pruik op met stijve krullen of golven.” (15.8.1950) Zo heeft Ida het gezien en opgeschreven en net zo ziet ze het jaren later op de televisie. Ida herkent paus Paulus VI en de aartsbisschop van Canterbury niet alleen, ze staan ook precies zoals zij ze in het visioen zag.

naar boven

 

DE VAL VAN DE BERLIJNSE MUUR EN HET IJZEREN GORDIJN


Al in 1950 ziet Ida de hereniging van Duitsland. “Daarna wijst de Vrouwe op een dikke lijn in Duitsland en zegt: ‘Europa is in tweeën verdeeld.’” De zieneres moet daarna een handbeweging maken en zeggen: “Ik haal die lijn met een geep weg.” (10.12.1950)
Veertig jaar later, in 1989, zijn we dan zelf getuige van de val van de Berlijnse muur geworden, waarvan de Oost-Duitse staatspresident Honecker drie weken voor het gedenkwaardige gebeuren nog zelfverzekerd beweerde: “Die muur staat er nog 100 jaar!”

naar boven

 

DE COMMUNISTISCHE REVOLUTIE IN CHINA

Op 7 oktober 1945 heeft Ida over het ‘Rijk van het Midden’ een korte maar duidelijke schouwing: “In China zie ik een rode vlag.
Vier jaar later wordt dit visioen werkelijkheid. Na een burgeroorlog van twee jaar tussen de communisten en de legers van generaal Tsjang Kai-sjek, roept Mao Zedong, de zegevierende leider van de Chinese communistische partij, op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China uit.

naar boven

 

DE LANDING OP DE MAAN

Als Ida in 1946 de landing op de maan ziet en een toestand van gewichtloosheid ervaart, kan ze nog niet vermoeden wat ze 23 jaar later enthousiast via de tv zal meebeleven: de eerste landing op de maan op 20 juli 1969.
In 1967 vertelt ze hierover: “Weer later was het of ik met de Vrouwe boven op de aardbol kwam te staan. Anders kan ik het niet uitleggen. Dan wees zij naar iets en zag ik de maan heel duidelijk voor mij. Dan kwam iets aangevlogen en dat kwam op die maan. Daarom heb ik gezegd: ‘Daar komt iets aan die maan.’ Ik wist niet hoe ik het anders uit moest leggen. Ik stond dus boven op de aardbol, maar eigenlijk stond je ook weer niet; het was net of je zweefde. Dat was natuurlijk heel vreemd voor mij. Die soort dingen kan ik ook zo moeilijk uitleggen. Daarom heb ik maar gezegd: ‘Een soort natuurverschijnsel.’ Maar het was eerder een soort luchtruim dat ik zag, zo moet het geweest zijn.”
Nog later schrijft ze: “Wat een geweldig iets was die maanlanding, hè? Echt zoals de Vrouwe het mij op 7 februari 1946 heeft laten zien. Jammer genoeg heb ik toen niet geweten wat het was en moest betekenen, daarom heb ik dat zo heel even aangegeven met de woorden die de Vrouwe mij liet zeggen: ‘Er komt iets aan de maan.’ Ik zag toen wel iets vlug naar beneden komen en later bijna vierkante dingen erop komen. Ik vond het iets geweldigs om te zien.

naar boven

 

BIOLOGISCHE WAPENS

Het volgende fragment uit de boodschap van 26 december 1947 heeft betrekking op het dreigende gevaar voor Amerika en Europa van een terroristische aanslag met chemische of biologische wapens. De zieneres Ida Peerdeman vertelt:
Ik ... zie Amerika en Europa naast elkaar liggen. Daarna zie ik geschreven staan: ‘Economische oorlog, Boycotting, Valuta’s, Rampen’. ... Dan zie ik afschuwelijke beelden van mensen voor mij. Ik zie gezichten, brede gezichten vol vreselijke zweren, net een soort melaatsheid. Dan voel ik vreselijke dodelijke ziekten: cholera, melaatsheid, alles wat die mensen mee moeten maken.
Dan is dat weer weg en zie ik heel kleine, zwarte dingen om mij heen zweven. Ik probeer te voelen wat het is, maar dat gaat niet; het lijkt mij heel dunne stof. Met mijn ogen kan ik niet onderscheiden wat het is. Het is alsof ik ergens doorheen moet kijken en beneden zie ik nu prachtig witte velden. Op die velden zie ik die kleine zwarte dingen, maar dan vergroot en het is alsof ze leven. Ik weet niet hoe ik dit moet uitleggen. Ik vraag aan de Vrouwe: ‘Zijn het bacillen?’ Zij antwoordt heel ernstig:
‘Het is hels.’
Dan voel ik mijn gezicht en mijn hele lichaam opzwellen. Voor mijn gevoel krijg ik een heel dik gezicht en is alles stijf en opgezet. Ik kan me niet verroeren. Ik hoor de Vrouwe zeggen: ‘En dat zijn ze aan het uitvinden’, en dan heel zacht: ‘die Rus, maar ook de anderen.’ Daarna zegt zij met klem: ‘Volkeren, weest gewaarschuwd!’
Deze boodschap die al in 1947 werd gegeven, is vandaag actueler dan ooit.

naar boven

Bron
P. Paul Maria Sigl:
"Die Frau aller Völker 'Miterlöserin Mittlerin Fürsprecherin'"
(1998)
 

Printversie




Navigatie