| Printversie
Untitled Document
DE BEELTENIS VAN DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN

UITLEG VAN DE BEELTENIS
|
De Boodschappen van Amsterdam zijn ook uniek
in de geschiedenis van de Mariaverschijningen, omdat de Vrouwe zelf in
zes boodschappen een gedetailleerde beschrijving geeft van haar eigen
beeltenis.
Maria toont zich hier op drievoudige wijze als de MEDEVERLOSSERES:
• Zij staat, doorstraald van het
licht van God, vóór het kruis van haar Zoon, met wie zij
onlosmakelijk verbonden is.
• Om haar middel draagt zij een doek.
Zij legt dit als volgt uit: “Luister
goed wat dit betekent. Dit is als de Lendendoek
van de Zoon. Ik immers sta als de Vrouwe voor het Kruis
van de Zoon.“ (15-04-1951)
• In haar handen heeft zij stralende
Wonden.
Daarmee laat de Vrouwe het lichamelijke en geestelijke lijden zien dat
ze in vereniging met haar goddelijke Zoon voor de verlossing van de mensheid
heeft gedragen.
De Vrouwe vraagt Ida opnieuw naar haar handen te kijken en openbaart zich
zo als de MIDDELARES VAN ALLE GENADEN: “Kijk
nu naar mijn handen en vertel wat gij ziet.”
Nu ziet Ida iets in het midden van de handen, alsof daar een wond heeft
gezeten. Daaruit komen, bij elke hand, drie stralen, welke schijnen op
de schapen. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Dit
zijn drie stralen, de stralen van Genade, Verlossing en Vrede.”
(31-05-1951) Genade van de Vader, Verlossing van de Zoon en Vrede van
de Heilige Geest.
|
“Mijn
voeten heb ik vast op de aardbol gezet, omdat de Vader en de Zoon mij in
deze periode in deze wereld wil brengen als de Medeverlosseres, Middelares
en Voorspreekster.” (31-05-1951)
“Deze tijd is onze tijd.”
(2-07-1951)
De Vrouwe laat aan de zieneres schapen zien rondom de aardbol, een bijbels
beeld dat alle volkeren en rassen van de aarde symboliseert. En dan zegt
zij dat ze geen rust zullen vinden voordat “ze
zich neerleggen en in rust opzien naar het kruis, het middelpunt dezer wereld.”
(31-05-1951)
Iedere keer opnieuw richt de Vrouwe onze blik op het Kruis, het middelpunt
van de wereld. Zij vraagt ons deze beeltenis in de hele wereld te verspreiden,
want het “is de betekenis
en uitbeelding van het nieuwe dogma.”
(8-12-1952) Daarom benadrukt de Vrouwe herhaaldelijk dat deze beeltenis
vooraf moet gaan aan het dogma. “Deze
beeltenis zal voorafgaan, ... zal voorafgaan aan een dogma, een nieuw dogma.”
(15-04-1951) |
naar boven
ZIJ IS NIET HET MIDDELPUNT,
MAAR ZIJ STAAT IN HET MIDDELPUNT
Weliswaar is Maria niet
het middelpunt - zij staat immers voor het kruis van haar Zoon -, maar het is
GODS WIL dat zij wegens haar roeping als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster
in het middelpunt staat - vooral in middelpunt van ons hart, om ons naar
HEM te leiden. De Moeder benadrukt immers terwijl zij naar zichzelf wijst: “Niet
mij, maar het Kruis.” (16-12-1949)
naar boven
EEN BEELTENIS OM OVER
NA TE DENKEN
Wie voor de eerste keer de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren onder ogen
krijgt, is wellicht verbaasd Maria zonder Jezus voor het kruis van de Verlosser
te zien staan. “Onttrekt zij het kruis niet aan het gezicht?”, vragen
sommigen zich misschien kritisch af.
Het lijkt wel of de Moeder, staande voor het donkere kruis, door dit ongewone
beeld bewust vragen bij ons wil oproepen en ons dieper wil laten nadenken over
haar roeping en plaats in het goddelijk heilsplan. Natuurlijk zou Maria naast
het kruis kunnen staan en wijzen op de Verlosser aan het kruis. Door de eeuwen
heen hebben veel eminente kunstenaars op deze en soortgelijke wijze het lijden
van Jezus en Maria op Calvarië uitgebeeld. Maar op de beeltenis in Amsterdam
gaat het de hemel er niet om de roeping van de Verlosser en zijn verlossend
lijden uit te beelden, maar: “later
zullen zij deze beeltenis gebruiken voor de Medeverlosseres” (29-4-1951)
staat er in de boodschappen. Inderdaad, deze
beeltenis wil de roeping van de mede-verlossende Moeder uitbeelden, zonder
daarbij evenwel de Verlosser in de schaduw te stellen. Want Jezus is reeds verrezen
en teruggekeerd tot de Vader in de heerlijkheid van de hemel. Daarom staat het
kruis in de glans van het licht van de verrijzenis, dat Maria helemaal omgeeft.
De Vrouwe, midden voor het kruis, helpt ons begrijpen dat Moeder en Zoon in
hun zending onafscheidelijk verenigd zijn. Waar de Zoon is, daar is ook steeds
de Moeder. De goddelijke Zoon heeft zelf Maria als Medeverlosseres bij zich
naar het middelpunt geroepen, opdat wij vol vreugde beamen dat zij van daaruit
als Moeder van alle Volkeren de genaden van de verlossing uitdeelt en als onze
voorspreekster en verdedigster voor ons opkomt.
naar boven
HET ORIGINELE SCHILDERIJ VAN DE VROUWE VAN ALLE
VOLKEREN
De beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren, geschilderd door de Duitse
schilder Heinrich Repke in 1951, verbleef tot eind 1953 in de kapel van
een landgoed in Duitsland. Daarna werd het schilderij overgebracht naar
Nederland en voorlopig geplaatst in de pastorie van de Dominicanerkerk
St. Thomas aan de Rijnstraat te Amsterdam, totdat de pastoor verlof kreeg
van Mgr. Huibers, de bisschop van Haarlem, het schilderij te plaatsen
in de Mariakapel van deze kerk. De plechtige installatie had plaats op
19 december 1954.
Nadat op 31 mei 1955 in een volle kerk Ida Peerdeman in deze kapel haar
51ste boodschap van de Vrouwe van alle Volkeren had ontvangen,
kwamen er negatieve reacties. Men vreesde dat de St.-Thomaskerk zich tot
een bedevaartsoord zou ontwikkelen en dat wilde men vermijden. Op 10 juni
1955 trok de bisschop zijn toestemming in en de pastoor diende het schilderij
te verwijderen. Als reden werd opgegeven, dat een openbare verering niet
kon samengaan met het onderzoek naar de echtheid van de verschijningen.
Alles wat aan de devotie herinnerde werd uit de kerk verwijderd. Tot 1966
zou het schilderij van de Vrouwe eerst in de bibliotheek, daarna in de
kelder van de pastorie staan.
Vervolgens werd het schilderij geplaatst in het kerkje van Ville d’Avray
bij Parijs (1966-1967), in het klooster van de paters van het H. Sacrament
in Den Haag (1967-1969), in hun klooster te Oegstgeest (1969-1970) en
ten slotte in het huis aan de Diepenbrockstraat in Amsterdam. In de kelder
van dit huis was een kapel ingericht waar het schilderij van de Vrouwe
van alle Volkeren op 16 juni 1970 voorlopig werd geplaatst, totdat op
15 augustus 1976 de huidige kapel plechtig in gebruik werd genomen. Na
vijfentwintig jaren van omzwervingen had het schilderij zijn voorlaatste
bestemming bereikt. De uiteindelijke bestemming heeft de Vrouwe zelf aangegeven
in haar 52ste boodschap: “In
een aparte kapel” in “het
huis van de Heer Jezus Christus”, de toekomstige kerk van
de Vrouwe van alle Volkeren aan het Europaplein in Amsterdam.
|
naar boven
Bron
P. Paul Maria Sigl: "Die Frau aller Völker 'Miterlöserin Mittlerin
Fürsprecherin'" (1998) |
|
 |
Printversie
|