Inhoud


November 2004: Maria, vereerd als Godin? - Details
Home --> Documenten en Teksten

Printversie

 

Untitled Document

Uit het informatiebulletin nr 14

 

Maria, vereerd als Godin ?

Het kwam wereldwijd in het nieuws: Steeds meer niet-christenen, moslims, hindu’s en vele anderen, trekken naar de grote mariale bedevaartsoorden. Pelgrims in Fatima hadden geklaagd dat ze van Maria een soort godin maakten.
Het is verrassend nieuws. De persoon van Maria blijkt een wonderlijke aantrekkingskracht uit te oefenen op steeds meer mensen van alle continenten en religies. Ook de devotie tot Maria als “DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN, DIE EENS MARIA WAS ….” verspreidt zich vooral in Afrika en Azië in snel tempo onder aanhangers van andere godsdiensten en (natuur)religies.

En voor hen is het ook bestemd. Dat is iets wat sommigen niet goed kunnen begrijpen, dat Maria in deze dramatische tijd Moeder wil zijn van álle mensen en van álle volkeren, niet alleen van de katholieken of de christenen. “Nu echter willen de Vader en de Zoon de Vrouwe zenden door heel de wereld”, zegt zij in Amsterdam. “ Immers, Zij is de Zoon vroeger ook voorgegaan en gevolgd … wie of wat ge ook zijt … Ik mag voor u de Moeder zijn, de Vrouwe van alle Volkeren”. Haar zending in deze tijd is het om “alle volkeren in de Geest, in de ware heilige Geest, tot elkaar te brengen”.
Het gebed dat Zij daartoe geeft zet onomwonden de Drieëne God centraal: “Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nú Uw Geest over de aarde…” Alleen, aan het einde staat een opvallende zin: “Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze voorspreekster zijn. Amen”.

Deze zinsnede heeft vanaf het begin, meer dan vijftig jaar geleden, vragen opgeroepen. Pas in onze tijd lijkt het duidelijk te worden. Het gebed was bedoeld om over de wereld te gaan, om “als sneeuwvlokken in de aarde te vallen”. Het zou in handen komen – en ís gekomen - van ontelbare mensen die geen of weinig kennis hebben van de Schriften, van de historische en bijbelse wortels van Maria, de Moeder van Jezus. Ze zouden haar in onwetendheid kunnen gaan vereren als een soort Godin, met de naam Maria. Daarom maakt Zij het van begin af aan volkomen duidelijk: “Ik ben de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria wás”.
Met de verleden tijd (“was”) plaatst Zij zichzelf in de geschiedenis van de mensen en van de Verlossing, en voorkomt zo toekomstige theologische misvattingen. In feite zegt ze: Ik ben geboren en heb geleefd op deze aarde als het meisje Maria of Miriam van Nazareth, de dienstmaagd van de Heer. Hij is het die mij heeft uitgekozen en groot gemaakt. Zo legt Zij het zelf uit in de boodschappen van Amsterdam. Maar ‘Maria’ blijft de naam van ‘de Vrouwe’ en wordt in de boodschappen voortdurend gebruikt.

Printversie




Navigatie