| Printversie
Untitled Document
Uit het informatiebulletin
nr 14
Maria, vereerd als Godin ?
Het kwam wereldwijd in het nieuws: Steeds meer niet-christenen,
moslims, hindu’s en vele anderen, trekken naar de grote mariale bedevaartsoorden.
Pelgrims in Fatima hadden geklaagd dat ze van Maria een soort godin maakten.
Het is verrassend nieuws. De persoon van Maria blijkt een wonderlijke aantrekkingskracht
uit te oefenen op steeds meer mensen van alle continenten en religies. Ook de
devotie tot Maria als “DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN, DIE EENS MARIA WAS
….” verspreidt zich vooral in Afrika en Azië in snel tempo
onder aanhangers van andere godsdiensten en (natuur)religies.
En voor hen is het ook bestemd. Dat is iets wat sommigen niet goed kunnen begrijpen,
dat Maria in deze dramatische tijd Moeder wil zijn van álle mensen en
van álle volkeren, niet alleen van de katholieken of de christenen. “Nu
echter willen de Vader en de Zoon de Vrouwe zenden door heel de wereld”,
zegt zij in Amsterdam. “ Immers, Zij
is de Zoon vroeger ook voorgegaan en gevolgd … wie of wat ge ook zijt
… Ik mag voor u de Moeder zijn, de Vrouwe van alle Volkeren”.
Haar zending in deze tijd is het om “alle
volkeren in de Geest, in de ware heilige Geest, tot elkaar te brengen”.
Het gebed dat Zij daartoe geeft zet onomwonden de Drieëne God centraal:
“Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader,
zend nú Uw Geest over de aarde…” Alleen, aan het einde
staat een opvallende zin: “Moge de Vrouwe
van alle Volkeren, die eens Maria was,
onze voorspreekster zijn. Amen”.
Deze zinsnede heeft vanaf het begin, meer dan vijftig jaar geleden, vragen
opgeroepen. Pas in onze tijd lijkt het duidelijk te worden. Het gebed was bedoeld
om over de wereld te gaan, om “als sneeuwvlokken
in de aarde te vallen”. Het zou in handen komen – en ís
gekomen - van ontelbare mensen die geen of weinig kennis hebben van de Schriften,
van de historische en bijbelse wortels van Maria, de Moeder van Jezus. Ze zouden
haar in onwetendheid kunnen gaan vereren als een soort Godin, met de naam Maria.
Daarom maakt Zij het van begin af aan volkomen duidelijk: “Ik
ben de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria wás”.
Met de verleden tijd (“was”) plaatst Zij zichzelf in de geschiedenis
van de mensen en van de Verlossing, en voorkomt zo toekomstige theologische
misvattingen. In feite zegt ze: Ik ben geboren en heb geleefd op deze aarde
als het meisje Maria of Miriam van Nazareth, de dienstmaagd van de Heer. Hij
is het die mij heeft uitgekozen en groot gemaakt. Zo legt Zij het zelf uit in
de boodschappen van Amsterdam. Maar ‘Maria’ blijft de naam van ‘de
Vrouwe’ en wordt in de boodschappen voortdurend gebruikt.
Printversie
|