 |
Soe Hin Woie Jet Kong wordt voorgesteld
door P. Paul Maria Sigl: Soe Hin Woei Jet Kong – u hoort het al
aan zijn naam – is van Chinese afkomst. Maar hij is hier in Nederland
geboren en opgegroeid. Uit zijn korte getuigenis zal blijken dat ook een
jonge, succesvolle manager bij een bank, missionaris kan zijn. Door zijn
natuurlijke, frisse optreden staan veel mensen voor hem open, zelfs mensen
met een ander geloof. Hij verstaat de kunst van het luisteren en weet
hoe hij op anderen moet ingaan en vooral ook, hoe hij ze al zo’n
drie jaar tot de Vrouwe van alle Volkeren kan brengen.
Dat heeft hij te danken aan zijn moeder Rita, die vandaag ook bij ons
is. Ook zij verspreidt en verstuurt met grote ijver bidprentjes van de
Vrouwe in alle mogelijke talen, en bidt dan altijd: “Wel, Moeder,
doet u nu de rest!” Ook priesters en leden van congregaties spreekt
ze graag aan om ze kennis te laten maken met de Vrouwe van alle Volkeren.
Zelfs bisschop Sichem uit Suriname, waar moeder Rita is opgegroeid en
al veel bidprentjes heeft rondgedeeld, kon zij voor de Vrouwe van alle
Volkeren winnen. Ze gaf hem informatiemateriaal en daarop heeft hij het
heiligdom hier in Amsterdam bezocht.
In het jaar 2000 heb ik dieper tot het geloof
gevonden en zo begeleidde ik in oktober van dat jaar mijn moeder voor
de eerste keer naar Amsterdam, naar de kapel van de Vrouwe van alle Volkeren.
Mama had me erover verteld. Ook zij kende de Vrouwe van alle Volkeren
niet totdat zij door een uitnodiging voor de 3e Internationale Gebedsdag
ervan hoorde. En ze werd meteen “ontvlamd”.
Nadat ik de Boodschappen gelezen had, verstond ik inwendig duidelijk,
dat de woorden van de “Vrouwe” echt moesten zijn, en zo wilde
ik haar wens vervullen en haar beeltenis en gebed verspreiden.
Wat me meteen zeer beviel aan de Vrouwe van alle Volkeren was de zekerheid,
dat zij voor ieder aanvaardbaar is. Zij staat er niet met de rozenkrans,
wat typisch katholiek zou zijn, en zegt ook niet: “Ik ben Maria”.
Nee, ze zegt: “Ik ben de Moeder van alle Volkeren”, en daardoor
is zij ook voor niet-katholieken en niet-christenen makkelijker aan te
nemen. Dat heb ik zelf mogen ervaren met bijvoorbeeld mijn collega’s
op het werk, waarvan enkele moslims zijn. Met hen ontstaan juist vaak
mooie gesprekken over Maria, die zij als “Miriam”, de moeder
van de profeet Jezus noemen en naar mijn mening vaak meer waarderen dan
menige katholiek. Ja, op de bank weten eigenlijk allen, dat ik gelovig
ben. Met de tijd heeft al een deel van hen het prentje van de Vrouwe van
alle Volkeren en het gebed aangenomen, zelfs mijn mohammedaanse collega’s.
Daarbij heb ik het tot mijn gewoonte gemaakt vooraf voor degenen te bidden,
die ik het prentje wil geven, zodat dan op dat moment hun hart open is.
De boeddhiste Ramasé
Zo ook bij mijn Thaise kapster Ramasé,
die boeddhiste is. Het is nu drie jaar geleden, dat zij mij tijdens het
knippen vertelde, dat ze grote leverproblemen had en zwaar ziek was. Nog
maar drie maanden gaven de artsen haar, als ze geen levertransplantatie
zouden kunnen uitvoeren. Daarop vertelde ik Ramasé over de Vrouwe
van alle Volkeren en schonk haar haar prentje, dat ze beloofde naast haar
Boeddhabeeldje te zetten. Ook het gebed van de Moeder vervulde haar met
zichtbare vreugde en ze bad het vanaf dat ogenblik iedere avond in haar
Thaise moedertaal. Ik leerde haar ook het Onze Vader en het Weesgegroet,
zodat ze begon met het bidden van de rozenkrans. Hoe ze dit alles aan
haar Boeddha-altaartje deed, weet ik niet, maar een ding is zeker, elke
dag ging het haar een beetje beter. En na drie maanden onderging ze een
geslaagde levertransplantatie. Afgelopen jaar ging ze naar Thailand en
ze was gaarne bereid zelfs enkele honderde Thaise prentjes mee te nemen.
Ze bracht deze daar naar de katholieke scholen. Haar man is katholiek,
maar niet praktiserend en ik dacht bij mezelf: “Ramasé,
je bent boeddhiste, maar in je hart denk en bid je al christelijk.”
Maria lost alle problemen op haar wijze op
Al bijna tien jaar ga ik meerdere keren per jaar
naar België, naar de Mariabedevaartplaats Banneux. Daar help ik mee
bij de verzorging van de zieken. Natuurlijk geef ik altijd alle zieken
van mijn groep een prentje, dat ik altijd in verschillende talen bij me
heb. Eén keer was een zieke ontevreden. Op reis leed ze altijd
aan slaapstoornissen, zo klaagde ze, en nu moest ze een kamer delen met
een andere vrouw, die bovendien nog snurkte. Welke raad kon ik haar geven?
Ik gaf haar het prentje met de woorden: “U
bent toch voor Maria hierheen gekomen, nietwaar? Ik kan u geen eenpersoonskamer
bezorgen, maar het gebed van de Vrouwe van alle Volkeren kan ik u geven.
Bid het toch! Maria kan u helpen, want u maakt deze bedevaart toch voor
Maria.” En echt waar, in de vijf dagen, dat deze vrouw met
ons in Banneux was, had ze uitmuntend geslapen en ook niet vergeten, “de
Vrouwe voor dit wonder te danken,” zoals ze het uitdrukte.
Mijn collega
Als ik een prentje geef of iemand bemoedig tot
het bidden van de rozenkrans, dan spreek ik graag over hetgeen me zelf
vervult en zeg vaak: “Ik weet
100 procent zeker, dat het gebed tot Maria helpt. Jij weet dit echter
nog niet. Je moet het zelf uitproberen en ervaren. En dan zul je zien,
dat ik de waarheid heb gezegd. Maria helpt 100 procent zeker.”
Een mooi voorbeeld hiervoor is één van mijn collegas op
het werk. Drie jaar geleden zou hij bijna bij de bank ontslagen zijn.
Daar hij mij om raad vroeg, gaf ik hem het gebed van Amsterdam, een rozenkrans
om deze dagelijks te bidden, en de tip tegelijkertijd gedisciplineerd
en hard te werken. Zelfs voor mij was het verbazingwekkend om te zien,
hoe opvallend zijn productiviteit verbeterde naar mate hij trouwer de
rozenkrans bad en de heilige Mis bezocht.
Als getuige getuigenis geven
Ongeveer een maand geleden gaf ik in een
kerk een prentje aan een vrouw. Zij was zeer geraakt en begon me te vertellen,
dat ze veel problemen met haar zoon had, die zijn geloof opgegeven had
vanwege de schandalen in de Verenigde Staten. Juist toen ik haar het gebed
en de beeltenis van de Moeder van Amsterdam gaf, had ze in haar hart Maria
gevraagd, hoe ze haar zoon toch weer tot de katholieke Kerk terug kon
voeren. Misschien bestaat er een gebed, dat haar daarbij behulpzaam kon
zijn. Op dat moment kreeg ze van mij het prentje van de Vrouwe van alle
Volkeren met het gebed op de achterkant. Ze zag dat als Maria’s
antwoord en nam het met tranen in de ogen aan.
Ze had nog nooit over de verschijningen in Amsterdam gehoord en wilde
graag weten, welke boodschap Maria er gegeven had. Zo vertelde ik haar
over het vijfde mariale dogma, Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.
Natuurlijk had ze daar nog nooit van gehoord en toch zei ze me: “Heeft
u de film ‘The Passion’ gezien? Kunt u zich herinneren aan
de scène, waarin Jezus valt en zijn moeder Hem te hulp snelt en
Hem steunt? En hoe Hij daardoor weer kracht krijgt om verder te gaan?
Daar lijdt zij met Hem en ondersteunt Hem bij het verlossingswerk.”
Toen wist ik: over de medeverlossing hoef ik deze vrouw niets meer uit
te leggen!
|