|
In antwoord op vragen betreffende de verschijningen van de Vrouwe van
alle Volkeren.
Als Bisschop van Haarlem is mij gevraagd mij uit te spreken over de authenticiteit
van de verschijningen van Maria als Vrouwe van alle Volkeren te Amsterdam
in de jaren 1945 - 1959. Vele gelovigen en bisschoppen hebben gewezen
op de dringendheid om hierin helderheid te verschaffen. Ook ik ben mij
ervan bewust dat de ontwikkeling van de devotie gedurende meer dan vijftig
jaar hierom vraagt.
Zoals bekend hebben mijn voorganger, Mgr. H. Bomers, en ikzelf in 1996
de publieke verering vrijgegeven. T.a.v. het bovennatuurlijk karakter
van de verschijningen en de inhoud van de boodschappen spraken wij geen
oordeel uit, maar verklaarden dat “het eenieder vrij staat zich
hierover naar eigen geweten een oordeel te vormen”. Vanuit een positieve
grondhouding m.b.t. de authenticiteit kozen wij ervoor om de verdere ontwikkelingen
af te wachten en de geest verder te beproeven (vgl. l Tess.
5:19-21).
Inmiddels zijn weer zes jaar verstreken. Ik constateer dat de devotie
een plaats verworven heeft in het geloofsleven van miljoenen mensen overal
ter wereld en gesteund wordt door vele bisschoppen. Ook worden mij ervaringen
gemeld van bekering en verzoening, alsook van genezing en bijzondere bescherming.
In volle erkenning van de verantwoordelijkheid van de H. Stoel heeft primair
de lokale bisschop de taak zich in geweten uit te spreken over de authenticiteit
van private openbaringen die in zijn diocees plaatsvinden of plaatsgevonden
hebben.
Daartoe heb ik nogmaals advies gevraagd aan enkele theologen en psychologen
m.b.t. eerdere onderzoeksresultaten en de daarin opgeworpen vragen en
objecties. Deze adviezen geven aan dat daarin geen fundamentele theologische
of psychologische impedimenten voor de vaststelling van bovennatuurlijke
authenticiteit vervat zijn. Ook heb ik t.a.v. de vruchten en verdere ontwikkeling
het oordeel gevraagd van een aantal collega-bisschoppen, die in hun diocees
een sterke verering kennen van Maria als Moeder en Vrouwe van alle Volkeren.
Als ik al deze adviezen, getuigenissen en ontwikkelingen overzie en dit
alles in gebed en theologische reflectie overweeg, dan brengt dat mij
tot de vaststelling dat in de verschijningen van Amsterdam een bovennatuurlijke
oorsprong gegeven is.
Uiteraard blijft de invloed van de menselijke factor bestaan. Ook authentieke
beelden en visioenen gaan -in de woorden van Jozef kardinaal Ratzinger,
Prefect van de Congregatie van de Geloofsleer- altijd “door het
filter van onze zinnen die een vertaalwerk uitvoeren ...” en “...
worden beïnvloed door de mogelijkheden en beperkingen van het ontvangend
subject." (Cardinal Ratzinger, Theological
Commentary In Preparation for the Release of the Third Part of the Secret
of Fatima, L' Osservatore Romano, June 28, 2000).
Anders dan de Heilige Schrift is de private openbaring dan ook nooit
bindend voor het geweten van de gelovige. Het is te zien als een hulpmiddel
om de tekenen van de tijd te verstaan en het evangelie in z'n actualiteit
voller te beleven (vgl. Lc.
12:56; Katechismus van de Katholieke
Kerk, nr. 67). En de tekenen van onze tijd zijn dramatisch. De
devotie tot de Vrouwe van alle Volkeren kan ons, naar mijn oprechte overtuiging,
helpen de juiste weg in de dramatiek van onze tijd te vinden, de weg naar
een nieuwe bijzondere komst van de Heilige Geest, Die alleen de grote
wonden van onze tijd kan helen.
Om de verdere ontwikkeling van de devotie te volgen en tot een verdiept
inzicht in de betekenis te komen, heb ik een begeleidingscommissie benoemd.
Haar taak zal het zijn om alle initiatieven, ervaringen en getuigenissen
te documenteren, ze te beoordelen, en een correcte kerkelijke en theologische
voortgang van de devotie te bevorderen.
Ik hoop hiermee voldoende informatie en duidelijkheid te hebben gegeven. |